De Arabische kalligrafie heeft een eigen vocabulaire, met woorden uit het Arabisch, Perzisch en Ottomaans-Turks. Omdat Nuqta Art werkt in de traditie van de Ottomaanse school — de Hüsn-i Hat — gebruiken we vaak de Turkse vorm, met de Arabische of Nederlandse naam erbij. Klik op een letter om direct te springen.
A
- Ahar
- Coating, onder meer op basis van zetmeel en eiwit, waarmee kalligrafiepapier wordt geprepareerd en daarna gepolijst. De inkt blijft óp het gladde oppervlak liggen, zodat fouten voorzichtig kunnen worden weggewist. Meer in Papier & ahar.
- Aklâm-ı sitte de zes pennen
- De zes klassieke schriftstijlen die Yaqut al-Musta'simi in de dertiende eeuw vervolmaakte en die de Ottomaanse school overnam: muhakkak, reyhânî, sülüs, nesih, tevkî en rikâ'.
- Alif ا
- De eerste letter van het Arabische alfabet: één rechte, verticale haal. In het puntensysteem is de alif de maatstaf — zijn hoogte, gemeten in punten, bepaalt de verhoudingen van alle andere letters.
C
- Celî
- Turks voor 'helder, groot': de monumentale uitvoering van een stijl, zoals celî sülüs of celî dîvânî. Bedoeld voor inscripties en wandpanelen die van een afstand gelezen worden.
D
- Dîvânî diwani
- Golvende, sierlijke stijl die ontstond in de Ottomaanse kanselarij (de divan) voor sultansdecreten. Letters omarmen elkaar, waardoor de stijl decoratief én moeilijk te vervalsen is.
E
- Ebru marmerpapier
- Techniek waarbij kleurpigmenten op een bad van verdikt water worden gedruppeld, tot patronen worden getrokken en daarna op papier worden overgenomen. Ebru wordt veel gebruikt als rand of achtergrond bij kalligrafie.
H
- Hareke harakat, klinkertekens
- De kleine tekens boven en onder de letters die de korte klinkers aangeven, plus tekens als de sukun (geen klinker) en de shadda (verdubbeling). In kalligrafie hebben ze ook een decoratieve rol.
- Hattat
- Turks voor kalligraaf: iemand die de schrijfkunst beoefent — in de traditie pas echt na het behalen van een icazet.
- Hilye
- Kalligrafisch paneel met een beschrijving van het uiterlijk en karakter van de Profeet Mohammed, in een vaste compositie die haar klassieke vorm kreeg bij Hâfız Osman.
- Hokka
- De inktpot van de kalligraaf, van glas, koper of keramiek, met daarin de lika. Meer in Traditionele inkt.
- Hüsn-i Hat
- Ottomaans-Turks voor 'de schoonheid van de lijn': de Arabische kalligrafie als kunstvorm. Lees de korte geschiedenis.
I
- İcazet
- Getuigschrift waarmee een meester verklaart dat de leerling het niveau heeft bereikt om zijn werk te signeren en zelf les te geven — het sluitstuk van jaren meşk.
- İstif
- Compositie waarin letters en woorden over, onder en door elkaar worden geplaatst tot één evenwichtig beeld. Veel gebruikt voor namen en korte spreuken.
K
- Kalemtıraş
- Het mes waarmee de kalligraaf zijn rietpen snijdt en bijsnijdt.
- Kamış kalem rietpen, qalam
- De rietpen met schuin gesneden punt, het klassieke gereedschap van de Arabische kalligraaf. Meer in De rietpen.
- Karalama
- Oefenblad waarop letters over en door elkaar worden geschreven om hand en pen los te maken — met een eigen, bijna abstracte schoonheid.
- Kıta
- Kalligrafisch paneel in liggend formaat, vaak met één regel groot schrift (sülüs) boven regels kleiner schrift (nesih), gevat in verluchte randen.
- Kufi
- De oudste gecanoniseerde Arabische schriftstijl, hoekig en ritmisch, genoemd naar de stad Kufa. De geometrische variant heet vierkant kufi — het logo van Nuqta Art is daarin ontworpen.
L
- Levha
- Kalligrafisch paneel om aan de wand te hangen, vaak in celî-schrift, in moskeeën en huizen.
- Lika ليقة
- Een plukje ruwe zijde in de hokka dat de inkt vasthoudt als een spons. De pen wordt ertegen aangedrukt in plaats van gedoopt, zodat hij precies genoeg inkt opneemt.
M
- Makta
- Klein snijplankje van been, hoorn of hout waarop de rietpen wordt gesneden.
- Meşk
- Het traditionele lessysteem: de leerling kopieert de voorbeeldregels van de meester, krijgt correcties en herhaalt — net zo lang tot de vorm klopt.
- Müfredat
- De losse letters van het alfabet: de eerste fase van de klassieke opleiding. Zie ook het Arabische alfabet.
- Mürekkebat
- Lettercombinaties: de tweede fase van de opleiding, waarin je leert hoe letters zich met elkaar verbinden.
- Mühre
- Gladde polijststeen, vaak van agaat, waarmee geprepareerd papier wordt gepolijst.
- Mürekkep inkt
- Inkt. De klassieke roetinkt van de kalligraaf heet is mürekkebi: roet, Arabische gom en water, lang gewreven en gerijpt.
N
- Naskh nesih
- Heldere, ronde boekhand: de stijl van de meeste korankopieën en de basis van vrijwel alle moderne Arabische drukletters.
- Nastaliq ta'lik
- 'Hangende' stijl uit de Perzische wereld, waarin woorden schuin van rechtsboven naar linksonder glijden; dé stijl van de poëzie. In het Ottomaans-Turks heet ze ta'lik.
- Nuqta نقطة nokta, punt
- Arabisch voor 'punt': het ruitvormige puntje dat de rietpen zet. Het onderscheidt letters van elkaar en is tegelijk de maateenheid van de kalligrafie. Meer in De nuqta.
R
- Riq'a rik'a
- Eenvoudige, snelle schrijfhand voor dagelijks gebruik uit het late Ottomaanse Rijk; tot vandaag de basis van veel Arabisch handschrift.
T
- Tezhip
- Verluchting: ornamenten in bladgoud en kleur rond kalligrafie en in handschriften, van randen tot rozetten.
- Thuluth sülüs
- Letterlijk 'een derde': grote, zwierige stijl met lange stokken en gespannen bogen — de stijl van de grote meestercomposities en moskee-inscripties. Zie De grote schriftstijlen.
- Tuğra
- Kalligrafisch monogram van een Ottomaanse sultan, met zijn naam en titel, op decreten, munten en gebouwen. Lees alles over de tuğra.